25-08-14

Weekend 23-24/08: Opaalkust

Dit weekend gingen we mee op wat de eerste buitenlandse trip van onze fietsclub zou worden, ook al bestaat ze ondertussen al 42 jaar. Als bestemming werd de Opaalkust uitgekozen, meer bepaald de Grand Site des deux Caps ofte de kust rond Cap Gris-Nez en Cap Blanc-Nez.

Een beetje geschiedenis en aardrijkskunde voor de geïnteresseerden: de namen van beide kapen zijn afkomstig uit het Oudnederlands: Cap Gris-Nez komt van Swartenesse of zwarte nes (een nes is een landtong), Cap Blanc-Nez vindt zijn oorsprong in het woord Blankenesse of witte nes (dit is trouwens voor nog wel meer plaatsnamen ginder het geval, zoals bijvoorbeeld de dorpjes Audinghen en Bazinghen). Dit zwart en wit wijst op het gesteente waaruit de kapen gevormd zijn: witte krijtrotsen voor Cap Blanc-Nez, roodachtige zandsteen met klei-, kalksteen- en grijze mergellagen voor Cap Gris-Nez. Dit is niet verwonderlijk als je weet dat beiden niet op hetzelfde moment ontstonden: Cap Gris-Nez ontstond ongeveer 160 miljoen jaar geleden toen afzettingen van modder en slib langzaam transformeerden in klei- en zandsteen. Cap Blanc-Nez ontstond 70 miljoen later, toen - door het stijgend zeeniveau - microalgen met een kalkskelet werden afgezet en er zich zo een kalklaag vormde. Tectonische bewegingen en breuken maakten dat deze verschillende lagen aan de oppervlakte kwamen, waardoor er vandaag een prachtige, gevarieerde kust te zien is (Bron: Website van de Grand Site des deux Caps).

De weersvoorspellingen op voorhand deden mij bijna beslissen om thuis te blijven (het was tenslotte wel een eindje rijden van hieruit), maar ben ik blij dat we dat niet gedaan hebben. We hebben immers twee dagen prachtig weer gehad: stralend blauwe lucht tijdens het fietsen en de enige regen viel terwijl we zaterdagavond op restaurant zaten. Ideaal dus!

Zaterdag konden we kiezen uit drie fietsafstanden of een wandeltocht: amper vier man koos voor de 100 km, wij sloten ons aan bij het groepje van negen fietsers voor de 70 km en de rest van de groep verdeelde zich over de 50 km fietsen of het wandelen.

Route zaterdag
De eerste kilometers van de tocht verliepen een beetje chaotisch, omdat de drie groepen nog samenhingen en niet iedereen even snel reed. Eens iedereen zijn eigen compagnie gevonden had, werd er al snel een goed tempo gevonden in onze groep, die op sleeptouw werd genomen door A. en W. De tocht ging van Boulogne-sur-Mer over Wimereux en Audresselles naar de eerste korte stop: Cap Gris-Nez, de plaats waar Frankrijk en Groot-Brittanië met 34 km het dichtste bij elkaar liggen. Door het mooie weer waren de krijtrotsen heel goed te zien.
Vanaf Cap Gris-Nez trokken we verder langs de kustweg naar Cap Blanc-Nez, de hoogste van beiden (134 m boven de zeespiegel tegenover 50 m). Om daar boven te geraken dienden we een klimmetje van 2 km met een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer 4,5% te overwinnen, maar daar werden we bovenop voor beloond met een magistraal uitzicht over de Franse en Britse kustlijn.

We daalden het leuke klimmetje terug af (waarbij het genieten van het afdalen jammer genoeg beperkt werd door het vele autoverkeer) en trokken iets dieper het binnenland in om via Heverlinghen, Audembert, Bazinghen en Wimille terug te keren. Vlak voor het einde kregen we nog een klimmetje voorgeschoteld vanuit Wimereux naar Boulogne-sur-Mer, zodat we eindigden met net geen 1000 hoogtemeters op de teller.

Zicht vanop Cap Gris-Nez
Beklimming Cap Blanc-Nez
Zicht vanop Cap Blanc-Nez
Binnenland
Omdat er tussen de fietstocht en het diner 's avonds nog ruim de tijd was, trokken verschillende mensen nog even het centrum van Boulogne-sur-Mer in. Hoewel zeer toeristisch, is dit zeker de moeite met ondermeer het belfort en de kathedraal, al vallen de oude stadswallen het meeste op. Het zeemuseum Nausicaa bezochten we niet, al hou ik het zeker in gedachten voor een later bezoek. 
's Avonds gingen we nog met de ganse groep eten bij Chez Mimi, een visrestaurant, waar ik naast een heerlijke zeetong ook leerde om garnalen te pellen (de grijze garnalen als voorgerecht kwamen immers puur en ongepeld op tafel: lekker, maar toch ook wel een beetje prulwerk :-)


Zondag kropen we terug op de fiets, dit keer voor een tochtje van 50 km. Enkel W. en B. kozen dit keer voor de langste afstand van 70 km en we zetten met een groepje van 13 aan voor de korte afstand. We zochten vandaag bijna onmiddellijk het binnenland op en deden daarbij onder andere het Forêt Domaniale de Boulogne en het Forêt Domaniale d'Écault aan. Het tempo was dit keer iets gematigder, maar mijn zware benen vonden dat niet bepaald een probleem. Al bij al zaten we opnieuw aan bijna 600 hoogtemeters, dus laat het wel duidelijk zijn: aan de Opaalkust is het al even heuvelachtig als prachtig rijden!

Route zondag
Omdat Johan in de namiddag nog naar Zürich moest rijden, keerden wij na de tocht direct terug naar België.

Wat mij betreft is dit soort weekendjes zeker voor herhaling vatbaar en ik wil dan ook de ganse groep bedanken voor het leuke gezelschap en in het bijzonder onze voorzitter voor de voortreffelijke organisatie!


(Geschreven voor het tijdschrift van de fietsclub)

2 opmerkingen:

  1. Die streek staat hopelijk volgende lente op onze reisplanning, maar dan niet om te fietsen, want wij zijn eigenlijk geen fietsers :-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Oh, maar ik denk dat het om te wandelen zeker evenveel de moeite is! De kustweg is soms vrij druk, waardoor het binnenland eigenlijk leuker fietsen is, maar ja, dan zie je de kust natuurlijk niet ;-) Ik denk, als ik nog eens terug zou gaan, dat ik het binnenland al fietsend zou doen en de kust al wandelend, bovenop de kliffen (en dus weg van de auto's op de kustweg).

      Verwijderen